gehandicapten

Waar zaten toch alle gehandicapten verstopt?

Tweeënhalf jaar geleden vloog ik naar mijn beste vriendin in Sydney. Zo’n mooie omgeving dat je er gerust twee weken kan blijven zonder je te vervelen. Ik genoot dus van elke dag. Toch begon er halverwege wat te knagen. Is het niet een beetje té mooi hier allemaal?

Tuurlijk, het is een stad waar vooral rijke mensen wonen. In de binnenlanden van Australië zal het scharriger ogen. Maar toch. Ik zag óf goedgeklede zakenmannen en -vrouwen in designerpakken en -jurkjes. Of afgetrainde mensen die op weg waren naar de sportschool – op iedere hoek van de straat was er wel een gym – danwel er net vandaan kwamen.

In de bus zaten rijen schoolkinderen in uniforms die stuk voor stuk keurig de chauffeur bedankten bij het uitstappen. Ze zagen eruit alsof ze keurige cijfers haalden en een keurige toekomst tegemoet gingen.

gehandicapten

Waar, vroeg ik me af, zaten de gehandicapten verstopt? De niet-zo-perfecte inwoners van deze perfecte zonnige stad? Mijn vriendin kon het me niet vertellen. Háár dochter was zo’n uniformmeisje. Zijn er speciale scholen? Revalidatiecentra? Waarom was ik nog geen enkele rolstoel tegengekomen op straat?

Eigenlijk wilde ik op onderzoek uit, even bij de gemeente langs. Maar daar was ik natuurlijk niet voor naar de andere kant van de wereld gereisd. Weg van mijn eigen huis dat door alle hulpmiddelen van mijn zoon soms als een revalidatiecentrum voelt. En waar brieven en telefoontjes naar de gemeente een frustrerende dagtaak vormen.

In plaats daarvan dook ik maar weer in de zoveelste infinity pool, maakte ik de zoveelste wandeltocht met uitzichten die mij haast letterlijk de adem benamen, en kletste ik bij met mijn vriendin onder het genot van de zoveelste gin & tonic. Tot de laatste dag. Omdat het niet zo heel erg mooi weer was (denk een barre 20 graden) had ik mij ingeschreven voor een rondleiding door het Opera House.

Tot mijn tevredenheid zag ik op weg ernaartoe een plantsoenmedewerker met het syndroom van Down. Bij de haven struikelde ik over een aantal mensen met een verstandelijke beperking die een uitje hadden. En alsof dat niet genoeg was, kruiste tijdens de rondleiding mijn groep, een groep waarvan de deelnemers zich in rolstoelen of op krukken voortbewogen. Met als kers op de taart – ik verzin het niet –  een gids met dwerggroei.

Na tweeënhalve week zon, zee en perfecte mensen, maakte het universum mij in één dag duidelijk dat het tijd was om naar huis te gaan.

Lees ook hoe Elise ook de ‘gewone’ puberperikelen kent.