brus

Wat als de brus niet meer thuis kan komen?

Het is een prachtige dag in maart. Een blauwe lucht, de zon schijnt en de natuur laat zien dat het lente is. Ik spreek vanmiddag af met mijn oudste zoon ergens in de natuur. Na heel wat appjes is ons trefpunt het bruggetje bij de ingang van het bos geworden. Zijn vriendin heeft hem afgezet met de scooter. Hierdoor kan ik haar ook nog even gedag zeggen maar dan wel met de anderhalve meter afstand ertussen. Als ik mijn fiets parkeer komt mijn zoon naar me toe lopen. In ‘normale’ tijden geven we elkaar een knuffel en een kus maar nu roep ik vanuit de verte dat hij echt niet te dichtbij mag komen.

En dan gaan we wandelen met de zon in ons gezicht. We proberen bij te praten over de laatste weken van ons leven maar het gesprek komt elke keer weer terug op alle perikelen waar we nu mee te maken hebben. 

Zo vertelt Hidde dat hij niet meer naar de universiteit kan gaan en nog helemaal geen zicht heeft op hoe de toetsing zal worden georganiseerd. Zijn sporten zoals het voetballen en squashen liggen stil. Hij is wel plan om te gaan hardlopen om zijn conditie op peil te houden. Ik reageer hierop door te zeggen dat hij niet de enige in Nederland is die dit als alternatief heeft bedacht. 

Bijpraten

Ondanks de vele maatregelen kan hij nog wel werken voor zijn geld. Hidde geeft aan dat hij hier wel blij mee is want het is een noodzakelijk kwaad om zijn studiebijlage aan te vullen. Voor niets gaat de zon op is een toepasselijke spreuk want alle feesten en kroegavonden van de studentenvereniging, de gala’s, de festivals en etentjes vragen om een goed gevulde portemonnee. Een positieve bijkomstigheid van de huidige situatie is dat dit wel de maanden zijn om zijn financiële achterstand weer in te lopen. Want, zo concludeert Hidde in het gesprek, hij kan alleen nog geld uitgeven aan een zuipavondje met tien mannen in zijn studentenhuis.

Ondertussen gaan we even op een bankje zitten en van de zon genieten. Mijn buurman komt hardlopend voorbij. We praten verder en ik vertel over hoe ons leven er nu uitziet en we op een hele andere manier de ballen in de lucht proberen te houden. Mijn werk gaat door en dat is heel fijn. Maar omdat ik nu al mijn werkzaamheden online moet doen ben ik terecht gekomen in een nieuwe digitale wereld. En het is een uitdaging om de lessen voor studenten ook in deze tijd zo betekenis vol te laten doorgaan. 

De brus in hem

We stappen van het bankje en lopen weer een eindje verder. En dan vraagt brus Hidde naar zijn zusje Lotte. Zijn zusje die zo kwetsbaar is dat hij daarom deze weken of maanden niet thuis kan komen.  Zelfs haar verjaardag op zestien april lijkt nu niet de dag te worden dat hij haar zal zien. Ik vertel dat we Lotte nu thuis onderwijs aanbieden. Vanzelfsprekend gaat dit niet vanzelf en heeft zij daar ondersteuning bij nodig. En de invulling van haar vrije tijd vraagt ook veel creativiteit. Omdat onze betrouwbare pgb-ers nu even niet met haar kunnen werken wordt de grote zus van Lotte ingezet om op te passen als ik aan het werk ben. 

We zijn bijna bij de bushalte gekomen waar Hidde de bus zal nemen naar het station en vervolgens weer door zal reizen naar Utrecht. Bij het afscheid nemen is er weer geen knuffel. We beloven elkaar contact te houden via de app en goed op ons zelf te passen. Als de deuren van de bus sluiten krijg ik tranen in mijn ogen. Het is maar klein persoonlijk leed in deze tijden waarin mensen doodgaan of vechten voor hun leven. Maar ik had nooit gedacht dat ik mijn eigen zoon zou moeten vertellen dat hij tijdelijk niet welkom is in zijn eigen huis. En niet omdat hij niet te handhaven is maar omdat het coronavirus de mensen uit elkaar drijft.  

Wetenschapper Jorien heeft voor alle ouders van zorgintensieve kinderen een digitaal hart onder de riem.

Carolien van Tulder is getrouwd met Robbert en moeder van vier kinderen. Hidde, de oudste woont niet meer thuis. Wouter en Anne nog wel. Lotte is de jongste, ze bijna 15 en heeft het syndroom van Down. Carolien geeft les aan de opleiding HBO Pedagogiek.