Na 15 jaar staat mijn zorgantenne altijd aan

Harro en ik gingen samen naar een klassiek concert in het theater hier in de stad. Dat doen we bijna nooit, deze kaartjes waren mijn verjaardagscadeau. We stapten in een andere wereld, niet alleen vanwege de onbekende muziek, maar ook door het publiek. We kwamen bijna geen bekenden tegen, de meeste mensen in de zaal waren een stuk ouder dan wij. Het merendeel is grijs en bemiddeld, was onze snelle conclusie.

De muziek was prachtig, met solisten op de cello en de klavecimbel. Omdat ik niets van de achtergrond wist, niet van de componist en niet van de uitvoerders, kon ik onbekommerd genieten van de mooie klanken. Natuurlijk zeiden we tegen elkaar: ‘Dat moeten we vaker doen!’

Tijdens de pauze stroomde de volle zaal leeg. We liepen braaf mee en kozen voor een zijuitgang, waarvoor we een trap omhoog op moesten. Voor me liep een breekbare oude dame. Ze liep langzaam en zocht bij elke tree de steun van de reling.

Ik hield vanzelf afstand om haar de ruimte te geven om op eigen tempo naar boven te gaan. Bijna boven, zag ik dat de laatste treden geen reling hadden en ook geen andere steunpunten. Er liep niemand bij haar, zonder erbij na te denken versnelde ik mijn pas iets en stak mijn arm uit.

‘Heeft u een steuntje nodig?’

‘O, wat fijn, dank je wel. Je zag me zeker al zoeken naar de reling?’ zonder aarzelen nam ze mijn uitgestoken arm aan. Samen liepen we de laatste treden op. Eenmaal boven, liet ze los en liep verder naar de bar.

Ik keek haar na. Door mijn u en haar je, voelde ik me een jong meisje. Maar wel een jong meisje met meer dan vijftien jaar zorg-ervaring. Waardoor ook bij een klassiek concert mijn zorgantenne aan staat. En ik automatisch een helpende hand biedt, voordat iemand om hulp hoeft te vragen.