moria

Kinderen die eigenlijk extra zorg nodig hebben

We maken ons druk om dagbestedingen die nog niet helemaal open zijn. Om oplopende besmettingscijfers, mensen die geen afstand houden, om de bruiloft van een minister. Om zorg die niet of niet goed is geregeld, paarse krokodillen, het leerlingenvervoer dat niet lekker loopt, verplichte mondkapjes in de taxi of de gemeente die dwars ligt. Totdat die beelden binnen komen.

Die beelden van de vlammenzee op Moria en van mensen die helemaal niets meer hebben. Duizenden mensen die op de snelweg lopen, op zoek naar water en eten. Die een plek zoeken voor de nacht. En die niet vinden, omdat er opnieuw brand uit breekt. 

Onder hen vele kinderen. Kinderen gevlucht voor oorlogsgeweld, op zoek naar veiligheid. Honderden kinderen zonder ouders. En ongetwijfeld veel kinderen die eigenlijk extra zorg en begeleiding nodig hebben, maar dat niet krijgen. Kinderen met Down, autisme, kinderen die niet kunnen horen of zien of praten. Kinderen die niet begrijpen wat er gebeurt, maar wel voelen dat ze in de hel zijn beland. Kinderen die niet kunnen lopen, maar geen rolstoel hebben. Angstige, overprikkelde, agressieve kinderen met ouders die het ook niet meer weten. 

Moria

Ik lees op Facebook een bericht van mijn nicht die al maanden op Moria werkt. Ik doneer, teken de petitie met de oproep om in ieder geval de kinderen naar Nederland te laten komen. En ik ’t mag van mezelf niet meer erg vinden dat dit weekend ons jaarlijkse buurtfestival met Bløf niet door gaat. 

Bevoorrecht

Dan komt Daniël uit school. Natuurlijk heeft hij vanmorgen het Jeugdjournaal gezien. Hij begint uit zichzelf over de brand, over de mensen die niets meer hebben. ‘Is wel erg hè mama?’ zegt hij met een serieus gezicht.
Ik praat er met hem over en denk opnieuw aan die ongetwijfeld vele kinderen daar, die extra zorg mislopen. Voor wie de toekomst ongewis is, omdat hun ouders wel wat anders aan hun hoofd hebben dan het oprichten van een eigen school waar hun kinderen iedere dag het nieuws zouden kunnen volgen.

Ik voel me meer dan ooit heel erg bevoorrecht dat we in Nederland wonen, dat we het zo goed hebben en Daniël alle kansen van de wereld krijgt. Ook al mopper ik vaak op de zorgbureaucratie en het onderwijs dat niet altijd passend is.