anekdotes over je zorgintensieve kind

Hilarische anekdotes over je zorgintensieve kind

Als moeder van een zorgintensief kind, moet je best doen om niet zelf om te vallen terwijl je 80 ballen in de lucht probeert te houden. Lachen is dan echt het beste medicijn om de dag door te komen, juist als de dagen erg vermoeiend zijn. Daarom probeer ik altijd om zoveel mogelijk de humor te zien in de werkelijkheid die niet altijd grappig is.

Het getal negen

Zo kan ik nu hartelijk lachen om een kleine Beer die aan mijn hand mee liep door een drukke winkelstraat. Beer heeft een enorme obsessie met cijfers. Op dat moment was hij idolaat van het cijfer 9. Hij kon verder behalve het alfabet en de namen van de Thomas- treintjes niet veel zeggen. Zijn uitspraak was ook nog wat lastig en de G sprak hij uit alsof hij uit Limburg kwam terwijl we in Den Haag wonen. Nege, klonk het dus achter elkaar.
Niets aan de hand. Tot we achter een bijzonder grote en brede donkere man liepen die verstoord en met een pijnlijk boze blik naar achter keek. En waarschijnlijk een heel ander woord hoorde wat zeer beledigend was voor hem.

Ik pikte dit snel op door hard en jolig tegen Beer te zeggen dat het inderdaad een NEGEN was: ‘Een prachtige NEGEN, hè Beer?’ En snel weer doorlopen maar!

Een vijver

Ook was ik een keer met Beer op het terras van een museum waar we kunst gingen kijken. Er zaten allemaal van die cultuurbewuste, deftige mensen. Net toen ik een slok van mijn koffie wilde nemen, had de kleine Beer besloten dat het warm genoeg was om een duik te nemen in de vijver voor het museum, grenzend aan het terras. Natuurlijk kon hij toen nog niet zwemmen, dus ik rende achter hem aan. Niet veel later stond ik zelf tot mijn bovenbenen in het water tussen de waterlelies met een spartelende en gierende Beer in mijn handen.

Mensen keken ons met open monden van verbazing en verwondering aan. Alsof we een kunstige uitvoering lieten zien, die geheel in de tentoonstelling paste, maakte ik een diepe buiging. Gelukkig scheen het zonnetje die dag.

Op de grond

Er was een tijd dat Beer overal waar we maar kwamen op zijn buik op de grond ging liggen om met zijn billen op en neer nogal opvallende bewegingen te maken. In de wachtkamer van de dokter deed hij dat. Bij de bakker als ik even zijn hand losliet. Bij vrienden als ik koffie ging drinken en soms ook wel in het bos op het mos en tussen de grassprieten.

Natuurlijk zag het er vrolijk uit. Zo’n klein, mooi mannetje die nog lang geen een puisterige puber was, maar ik schaamde me rot toen. Enig besef van plaats en ruimte had meneer Beer helemaal niet. Het was dus aan mij om dit gedrag om te buigen naar die ruimte waar hij dit naar hartenlust wel mocht doen, zijn slaapkamer.

In z’n blootje

Ik ging een keer koffiedrinken bij een vriendin en was Beer even kwijt. Uiteindelijk vonden we hem poedelnaakt ingerold als een worstenbroodje in de dikke donzen deken op haar bed. Natuurlijk en gelukkig hebben we hier toen heel hard om moeten lachen. Al wil hij nu met 19 jaar nog steeds bij vrienden en familie het liefst even in hun grote bed kruipen.
Ook loopt hij met een dodelijke eenvoud naakt en nat uit de douche door de gang. Ook als zijn puberzusje net op dat moment met een paar vriendinnen chillt op haar kamer.

De humor in die 80 ballen in de lucht, zorgt er nu voor dat ik nu als vliegende keep gewoon eventjes zorg dat die vriendinnen op de kamer blijven en dat Beer’s goddelijke lijf ongezien weer een pyjama aan krijgt. Eitje.

Julie Hendriks, kunstschilder van beroep, zorgt alleen voor Beer van 19 en zijn zusje van bijna 13. Beer is een jongeman met zwaar autisme, een verstandelijke beperking en een spraaktaal stoornis. Beer woont thuis en gaat naar een dagbesteding voor een groepje met moeilijk verstaanbaar gedrag.

Wat Niemand Weet...Net als Julie, vertellen de schrijvers in ons boek Wat Niemand Weet ook met humor anekdotes over je zorgintensieve kind. Want ‘humor is overwonnen verdriet’, zoals Elise schreef. Bestel het boek nu!