kleutermoeder

51 jaar en een eeuwige kleutermoeder

Lang heb ik gedacht dat achter de indringende blik van mijn niet-sprekende rolstoel zoon, een ‘gewoon’ kind schuilde. Een kind dat alles begreep maar zelf niet begrepen werd. Een lieve jongen die uit zou groeien tot een gefrustreerde man, weggestopt in een tehuis waar hij niet hoorde. Ik ging tot het uiterste om erachter te komen wat er in zijn hoofd omging.

Ik kocht knoppen, schakelaars en softwareprogramma’s waarmee hij zou kunnen leren schrijven, mailen en sms’en. We brachten hem iedere woensdag naar een geweldige bijlesjuf in de Bijlmer. We regelden een extra begeleider op school om te oefenen. En het werkte. Hij ging meer praten, woorden maken, zinnen zelfs. Maar wel steeds over hetzelfde.

Zijn verstandelijke beperking – of de erkenning ervan – zo rond z’n veertiende, gaf me rust. Wat erbij hoort, nam ik voor lief. Als er iets anders gaat dan gepland, ontstaat er kortsluiting in zijn hoofd. Als iemand zegt dat de pindakaas op is, schalt er een paniekerig ‘KOPEN! KOPEN! KOPEN!’ uit zijn kamer. We lachen daarna samen om alle paniek.

We accepteren Ties zoals hij is: onze eeuwige kleuter. Snel blij. Snel verdrietig. En even snel weer blij te maken. Maar bij de opluchting dat Ties zijn dagen niet hoogbegaafd op de verstandelijk beperkten-afdeling hoeft te slijten, hoort ook verdriet.

Andere plannen

Vandaag heeft de rolstoelbus kuren: een bom onder het geplande bezoek aan oma. Ties komt verwachtingsvol terug van zijn zondagochtendwandeling. De planning herhalen we al dagen. Wandelen. Schone broek. Naar opa en oma. ’s Middags garnalenkroketten en ’s avonds spaghetti. Aan mij de taak om hem te vertellen dat niets doorgaat.

Ik buig me over hem heen om hem rustig, dicht bij zijn gezicht, toe te spreken. Bij ‘Weet je Ties, de bus doet het eventjes niet, dus…’ heb ik een spastische kopstoot te pakken. Ik proef bloed. Opeens kan ik geen geduld meer opbrengen. Geen sussende woorden, geen Jip en Janneke-taal.

Woedend duw ik zijn rolstoel in zijn kamer. In de badkamer ernaast, dep ik mijn lip. Ik zie mezelf in de spiegel. 51 jaar en een eeuwige kleutermoeder. Wat zou ik over hebben voor één echt gesprek met mijn oudste zoon.

‘Mama’ zegt de oudste zoon. ‘Mama. Kóm.’
Ik slof naar hem toe.  O wee als hij over oma begint.
‘Ja?’
‘Ojjie.’
‘Zeg je nou ‘Sorry’?’

Hij straalt.
Terwijl ik me over hem heen buig, glijdt alle frustratie van me af.

‘Een nieuw woord Ties. Wat knap.’

Wat Niemand Weet coverHerkenbaar? Lees dan meer verhalen van Elise over haar kleutermoeder zijn. Ze zijn stuk voor stuk herkenbaar. Net als alle andere verhalen in het boek.