diepe verlangens

Liefdevol verpakt verlangen

‘Ik blijf vanavond lekker lang op’, zegt Hester tegen me. Dat zegt ze bijna iedere week wel een keer op haar vaste middag bij ons. ‘Als je dat wil, moet je thuis maar vragen of dat mag’, antwoord ik dan meestal. ‘Ik blijf vanavond lekker lang op, hier thuis bij jou’, is dan haar antwoord. Zo uit ze haar verlangen om zo lang mogelijk, het liefst voor altijd, bij ons te blijven.

Mijn uitleg dat dat niet kan, dat ik moet werken, dat Niek moet werken, dat ze in ons huis nergens meer kan slapen en douchen omdat ze de trap niet meer op kan, negeert ze. Bijna altijd volgt er niet veel later een tweede poging om haar verblijf verder op te rekken. Ze verpakt haar verlangen bijzonder behulpzaam. ‘Ik wil morgenochtend wel helpen met koffie zetten’, kondigt ze aan. Koffie zetten, de afwasmachine in- of uitruimen, tafel dekken, aardappels schillen… Ieder klusje dat ze maar kan bedenken, is ze bereid morgenochtend, morgenmiddag of morgenavond voor ons te doen.

afscheid nemen

Toch is terug naar huis gaan nooit een probleem. Ze trekt zonder morren haar jas aan en pakt haar tas in en zegt Niek en Jori vrolijk gedag. Onderweg in de auto wijst ze opgewekt naar letters en cijfers op kentekens op auto’s voor ons en borden langs de weg en vertelt ze me dat ik die niet kan zien. ‘Want jij moet autorijden, Merel. Jij kan goed autorijden. Ik kan dat niet, hoor.’ Bij het afscheid thuis is een kus of handje of een corona-verantwoorde zwaai van veilige afstand genoeg om gedag te zeggen. Soms vraagt Hester wanneer ik weer kom, maar al gauw pakt ze er een boekje bij om door te bladeren. Of gaat frummelen met haar knotjes wol.

thuiskomen

Thuis heeft ze het ook fijn en Hester leeft in het moment. Thuis vergeet ze dat ik er ben. Met die gedachte troostte ik mezelf tijdens de tien weken dat ik haar door de Corona uitbraak niet mocht bezoeken. Hester ziet me niet, dus mist ze me niet. Die overtuiging werd bevestigd toen ik haar de eerste keer opzocht na opheffing van het bezoekverbod. Hester reageerde alsof ik de vorige dag nog langs geweest was, terwijl ik zelf mijn tranen maar met moeite kon verbergen. Zelfs het mondkapje dat ik moest dragen, vond ze niet vreemd, maar machtig interessant. ‘Daar ga ik een borduurwerk van kopen, Merel, van wat jij daar op je gezicht hebt’. Gewoon Hester, die altijd zegt over alles wat ze mooi vindt, dat ze er een borduurwerk van gaat kopen. Gewoon Hester die leeft en voelt in het moment en verder bijna niet. Een begeleidster maakte me er deze week bewust van dat mijn gedachte dat Hester me niet echt gemist heeft die tien weken toch niet helemaal klopt. ‘Ze is duidelijk veel gelukkiger nu je haar weer komt halen.’ Die zin bleef nog dagen hangen in mijn hoofd.

openstaan

Aan diepe verlangens kan zelfs haar beperking niet veel veranderen. Die blijven ook al zie je ze alleen als je goed kijkt. Als je open staat voor de bijzondere manieren waarop Hester die laat zien.

Ook brussen hebben diepe verlangens. Welke? Olvera vertelt dat zo mooi in haar blog: ‘Zo voelt het om een oudere brus te zijn.’