bijna weer normaal

Het leek bijna weer een normale week

Ook de repetities van Daniël z’n orkest beginnen weer. Jan, de orkestleider heeft een grote lichte serre met meer dan voldoende ruimte om weer met elkaar muziek te maken. Blij huppelt Daniël naar de ingang, wast uit zichzelf z’n handen bij het wasgelapparaatje en geeft Jan een elleboog in plaats van een knuffel. Breed lachend neemt hij plaats achter de drums.

Er is zelfs ruimte in de serre voor mij, ik mag blijven kijken. En mee swingen, want de muziek van zijn bijzondere orkest werkt nu eenmaal aanstekelijk. De orkestleden die nog niet op pad mogen, kunnen de repetitie via Facebook live volgen. Dus app ik oma dat ze mee kan kijken…

niet voor iedereen

Terwijl ik luister denk ik aan die orkestleden die hier nu niet zijn. Zouden ze ziek zijn of echt kwetsbaar? Angstige ouders hebben? Of zelf bang zijn?
Dan komt de dame die de repetitie in goede banen leidt, even bij me zitten en vraagt zachtjes: ‘Hoe is het Daniël? Gaat hij weer naar school?’
‘Ja,’ fluister ik, ‘dat begint deze week weer, gelukkig.’
‘Hij woont nog thuis, toch? En gaat niet naar een dagbesteding?’
Ik knik ja, schud nee en kijk haar vervolgens vragend aan.
‘De orkestleden die in een woongroep wonen, mogen niet komen repeteren. Ze mogen nog steeds bijna niet de deur uit. Terwijl we het hier goed voor elkaar hebben.’ Ze wijst om zich heen de frisse, open ruimte in.
‘Jeetje wat naar…’ reageer ik. ‘Ook als ze verder medisch niets mankeren en net zo kwetsbaar zijn als jij en ik?’
‘Ja’, knikt ze, ‘Wij mogen er weer op uit, maar zij mogen nog niets. Terwijl ze juist altijd zoveel lol hebben in muziek maken. Ik hoorde zelfs dat het wel tot oktober kan duren.’

bijna weer normaal

Ook de rest van onze week lijkt bijna normaal. We drinken een wijntje op het terras bij ons om de hoek, Daniël en Simeon gaan weer een dag naar school. Het gesprek hier in huis gaat niet meer over corona, maar over de demonstraties tegen racisme. De Amerikaanse achtergrond van Julian maakt dat hij zich zorgen maakt wat er gebeurt daar in de States. 

Als ik op zaterdagochtend de krant opensla, Daan is naar de hockeytraining, valt mijn oog meteen op het interview met Erwin Companje, medisch ethicus in Rotterdam. Hij vindt dat we moeten leren van de fouten die we in de lockdown hebben gemaakt. Nieuwsgierig lees ik verder.
Hij heeft het over ouderen die door de gedwongen quarantaine eerder zijn overleden: verpieterd door eenzaamheid en het gebrek aan contact en aanraking.
Hij haalt onderzoek aan waaruit blijkt dat de scheiding van geliefden, het gebrek aan aanraking en de onzekerheid grote gevolgen kunnen hebben voor het welbevinden van mensen. Een zin valt me extra op: ‘Een deel van de verpleeghuisbewoners is nog goed in staat een eigen mening te vormen, maar ook hun is niets gevraagd.’

Als je in plaats van verpleeghuisbewoners, mensen met een beperking leest, is het meteen een heel herkenbaar verhaal. Natuurlijk moet ik meteen denken aan de orkestleden die het moeten doen met een Facebook-repetitie. Verdrietig schud ik mijn hoofd. 

Silvie kwam al eerder tot de conclusie dat geen contact sloopt, misschien wel meer dan het virus.