grenzen

Als je je grenzen moet blijven oprekken

Ik ken niemand die vlekkeloos door deze crisis heenkomt. De beste manier om door te gaan voor mij, is niet te veel kranten lezen of het nieuws te kijken. Ik heb nog nooit zo goed gevoeld dat mijn grenzen , die al behoorlijk uitgerekt zijn, aan alle kanten telkens worden aangevallen. Maar hé, dat uitrekken van grenzen is mijn specialiteit geworden. Het leven met een zorgintensief kind is nou eenmaal geen krentenbol. Kruidig is het wel.

De motivatie voor het volgen van online-onderwijs moet vanuit de tenen komen. Mijn dochters’ eigen tenen en niet omdat ik als moeder dat wil. Wil ze niet het hele ontbijtmenu, wat ik na het honden uitlaten opdreun, eten vanuit haar bed? Prima, dan weet ze waar de keuken is, als ze wel honger heeft. Deuren kan ik sluiten als ik het aanzicht van ontploffing in haar kamer niet meer kan aanzien. Ook vergeet ik wel eens dat het er allemaal gewoon bij hoort. Dat je zich gewoon ontwikkelende kind het gevoel heeft een student van 20 te zijn. Ook prima toch, dan kan ze al heel veel zelf oplossen waar ik mijn hoofd niet meer over hoef te breken. En als school geen succes wordt, kan ze altijd nog in de politiek. Iets wat ze mij verweet laatst, dat ik betere argumenten moet verzinnen in een discussie over het kopen van haarverf. Bij de partij van 50PLUS bijvoorbeeld, ze stuurde daar gelijk een linkje van door.

Zo begeef ik me nog steeds op glad ijs tussen Beer en zijn zusje. Beer voelt door drie dikke muren hoe de stemming is bij mij. Negeren van zijn onvrede is best lastig als die onvrede er in een oorverdovende krijs uit komt zetten, en hij met beide handen tegen zijn hoofd gaat slaan. De truc is om zijn zusje zo op te voeden dat meneer Beer alleen zijn eigen problemen aan zijn hoofd blijft hebben. Zoals de nog steeds gesloten cijferwinkels die tijdelijk vervangen zijn door de supermarkten die bij de feestspullen cijfers verkopen.

Grenzen beschermen

Die cijfers zijn noodzakelijk voor hem om het leven een beetje te snappen. Eerst heeft hij in zijn hoofd en op papier duidelijk gemaakt dat hij vrijdag een grote blauwe opblaas 7 wil met een klein lichtgroen kaarsje 4. Tien minuten later moet die 7 een 1 zijn en die 4 een 2. Hij raakt er zelf behoorlijk van in de stress en ik zeg maar “ja” als bevestiging van wat hij elke keer aan het opdreunen is. Om mijn grenzen enigszins te beschermen tegen overbelasting. Zijn zusje hoort het niet omdat zij in haar kamer op haar telefoon aan het kletsen is met een vriendinnetje. Terwijl er twee verschillende wierookstokjes een bedwelmende geur verspreiden.

Die avondklok is weer een gegeven, dat aan ons voorbij gaat. De honden laten Beer en ik stipt om half 7 uit, na het eten. Om daarna te gaan douchen, spelen en slapen. De straat op gaan om te rellen zal hij nooit doen. Dat scheelt dus weer allemaal.

Vanmorgen kwam de taxibus te laat. Beer stond met jas en mondkapje ongeduldig op en neer te springen. Ik bleef mijn mantra in mijn hoofd herhalen: ‘Het is zoals het is en het komt allemaal altijd goed. Altijd.’

Wat Niemand Weet...

Hoe dat voelt om altijd maar door te gaan en je grenzen op te rekken, weten alleen ouders van zorgintensieve kinderen. Lees hun verhalen in ons boek Wat Niemand Weet of geef het cadeau.