Bekentenissen

26 bekentenissen van een moeder met gehandicapte zoon

Vroeger zou ik twee kinderen krijgen, een jongen en een meisje. Ik zou ze met veel fantasie en houten speelgoed opvoeden, lange boswandelingen met hen maken en zelf gezonde babyprutjes voor ze koken. En toen kreeg ik mijn eerste kind. Een te vroeg geboren huilbaby die na ongeveer een jaar zwaar gehandicapt bleek.  

Mijn huis vulde zich al gauw met plastic speelgoed dat uit zichzelf lawaai maakte. Omdat mijn zoon zelf niet de motoriek, laat staan de fantasie had om met iets van hout te spelen. Daarna kreeg ik nog een kind. Wat een cadeau, zo’n makkelijke baby. Vooruit dan, nog een, zodat de tweede ook een broer of zus had om mee te lachen, te stoeien en te praten, in plaats van alleen maar een zwijgende grote broer waar geen beweging in zat.

Opeens had ik een ander gezin dan gepland. En werd ik een andere moeder dan ik voor ogen had. Ik ben vaker politieagent dan bordspelletjes speelster. Ik heb één keer babyvoeding gepureerd en daarna nooit meer. Ik lig in het weekend liever op de bank met de krant dan dat ik iedereen (inclusief mijn man) over moet halen om een boswandeling te maken. En heb dingen gedacht en gedaan die ik vroeger nooit van mezelf had verwacht. Om sommige lach ik, andere vergeet ik liever snel. Dit zijn ze.

26 bekentenissen van een moeder met een gehandicapt kind

  1. Op sommige dagen zit mijn zoon uren voor de tv.
  2. Ik heb hem als excuus gebruikt om ergens niet heen te hoeven.
  3. Ik heb eens zijn spierverslappers geslikt. En heel lekker geslapen.
  4. Ik denk nog altijd dat het mijn schuld is dat hij gehandicapt is.
  5. Ik praat wel eens tegen zijn rolstoel. En kom er dan best laat achter dat hij er niet in zit.
  6. Als hij langer doorslaapt dan normaal, denk ik dat hij dood is. Terwijl daar geen reden toe is.
  7. Ik heb nachtenlang wondertherapieën in het buitenland gegoogeld.
  8. En tientallen boeken over wonderbaarlijke genezingen gelezen.
  9. Ik heb ooit met hem 48 uur op Schiphol doorgebracht. Voor de lol.
  10. Ik zou dat het liefst elke maand doen omdat we er samen zo anoniem gelukkig zijn.
  11. Ik maak me elke dag wel een moment zorgen over de toekomst.
  12. Ik heb eens een kattenspeeltje voor hem gekocht.
  13. Ik heb me het eerste jaar een keer in de badkamer opgesloten om zijn gehuil niet te horen.
  14. Ik post op Instagram foto’s waarop hij lacht en er zo normaal mogelijk uit ziet.
  15. Ik doe ‘s nachts soms alsof ik hem niet hoor, zodat mijn man opstaat.
  16. Het kan me niet schelen of hij het leuk heeft in z’n nieuwe logeertehuis. Wij hebben de rust nodig.
  17. Ik drink uit de glazen van al mijn kinderen, maar niet uit die van hem omdat hij zo kwijlt.
  18. Ik ging laatst dicht naast een jongen zitten die op hem leek. Voelen hoe het is om een gewone puberzoon te hebben.
  19. Ik heb het elk jaar moeilijk op zijn verjaardag.
  20. Ik vraag me soms af of ik met eerdere vriendjes ook een gehandicapt kind had gekregen.
  21. Ik heb wel eens geknikt dat ik het eens was met professionals, om thuis het tegenovergestelde te doen.
  22. Ik vind werken makkelijker dan zorgen.
  23. Ik ben te toegeeflijk naar mijn andere kinderen omdat iedereen roept ‘Ze zullen wel te weinig aandacht krijgen’.
  24. We hebben de voogdij nooit geregeld.
  25. Ik droom soms dat hij kan lopen.
  26. Ik kan aan mensen zonder gehandicapt kind niet uitleggen hoe ongelooflijk blij hij ons hele gezin maakt.

Heb jij bekentenissen die nog niet in dit rijtje staan? We horen het graag.

Wat Niemand Weet...En ondertussen vind je nog meer bekentenissen in ons boek ‘Wat Niemand Weet…’. Heb jij hem al in huis?